
Toen we net in Faro aankwamen, floepte er plots een WhatsApp-berichtje op:
“Indien je nog niet voorbij Faro bent en contact wil met een Vlaming: Pieter uit Roeselare verblijft momenteel in Fuseta, net ten oosten van Faro…”
Dit kwam alweer perfect uit!
Enkele dagen later parkeren we de bus in Fuseta en spreken we af met…
‘Pieter Onbekend’. Na de middag fietsen we een wilde-western-camping op met de toepasselijke naam “Road 66”. Pieter komt ons al lachend tegemoet. Hij loodst ons door smalle paden, langs oude caravans, chalets, kleurrijke tipi’s en doorleefde campers naar de uithoek van het terrein.
Hij kent alle bewoners bij naam en toenaam. Bij sommigen houdt hij even halt, want achter elke hoek schuilt hier een onwaarschijnlijk verhaal. Grijze mussen wonen er duidelijk niet.


Hoe verder we wandelen, hoe meer het terrein in een jungle verandert. Uiteindelijk bereiken we zijn nederzetting: een verzameling van vier tenten, een fiets, een motor en een aanhangwagen. Pieter vertelt honderduit over zijn move. Als perfectionist lag de lat in Roeselare voor hem veel te hoog. Herhaalde vakanties in Portugal voelden telkens als thuiskomen, waardoor de knoop snel was doorgehakt. Via lotgenoten kwam hij op Camping Road 66 terecht. Naast Belgen wonen er Duitsers, Nederlanders, Bretoenen en Italianen. Ze kennen elkaar, leren samen Portugees, maken muziek en helpen de locals waar nodig. De sfeer zit er goed in. Sinds hij hier woont, bruist het van de energie. Verveling bestaat niet en terugkeren naar België is geen optie!

Terwijl we meegenieten van zijn enthousiasme, plukt hij twee kanjers van sinaasappels uit de boom. Met het sap dat even later tussen onze vingers druipt, is dit zonder twijfel de lekkerste sinaasappel ooit. Naast een bonte verzameling vogels blijkt zijn dichtste buur een arrogante struisvogel te zijn. Iets verderop passeren we een uitgebreide ganzenfamilie en een kudde hangbuikzwijntjes, alles in perfect evenwicht!

“Doe je de busdeur nu niet écht op slot?” vraagt Veronique vanaf haar fiets, wanneer ze ziet hoe ik doe alsof ik een slot omdraai. “Nee hoor,” lach ik. “Sinds die allereerste keer, toen ik de ingewikkelde ‘druk-ontgrendel-sleutel-procedure’ toepaste en daarna mijn eigen bus niet meer in kon, heb ik mijn lesje wel geleerd.” Voor eventuele spotters met foute bedoelingen maak ik in één vloeiende beweging de omdraaiende handeling. Daarna ga ik er gewoon vanuit dat niemand het aandurft om een ‘automatische’ busdeur zomaar te openen. Eenmaal op de fiets ben ik van één ding zeker: als we vanavond terugkeren, stappen we zo onze bus weer in. En de sleutel? Die kunnen we alvast niet verliezen.

Onderweg heb ik wel meer stressfactoren leren elimineren. Het ‘op voorhand plannen’ bijvoorbeeld. Tegenover een plan staat immers altijd een verwachting, en dat kan flink tegenvallen. Geen vastomlijnd plan is dus de boodschap. Enkel een spontaan idee, een globale richting en verder afwachten wat er op ons afkomt. Het resultaat is telkens weer een adembenemende verwondering voor wat we zien en wie we ontmoeten.

Aangekomen op een dertigtal kilometer van de Spaanse grens, is het bijna tijd voor mijn adieu aan Portugal. Terugkijkend op twee maanden Portugese kust was het een overweldigende ervaring. We zagen een adembenemende oceaan met woeste golven, felle zon en een snijdende wind. Maar wat vooral opviel, was de afwezigheid van blijvende stress of negativiteit. Geen frustraties, geen conflicten; alles viel telkens weer op zijn plooi. Na elk wolkje werd de lucht direct weer hemelsblauw. Dit verklaart wellicht waarom zoveel buitenlanders die we onderweg ontmoetten, voor Portugal kozen. Niemand met wie we praatten had er ook maar één ogenblik spijt van…


Geef een reactie