Tijdens een lunch met Erik ging het gesprek plots over de verplichte jaarlijkse autokeuring. Voor mijn bus, Joanne, bleek die net verlopen te zijn. Een nieuwe keuring in België was geen optie, maar aangezien Joanne nooit meer op Belgische wegen zou rijden, dacht ik dat het probleem daarmee van de baan was. Erik had echter zijn bedenkingen: de verzekering zou wel eens lastig kunnen doen bij een ongeval.

We vroegen Copilot om raad en kregen meteen antwoord: een keuring in het buitenland was perfect mogelijk én wettelijk. We hoefden het Portugese certificaat enkel per mail door te sturen naar de FOD Mobiliteit. We kregen zelfs direct het adres van een nabijgelegen Inspeção Automóvel. Reserveren was niet nodig en vóór drie uur ’s middags zou het rustig zijn. “Wauw, wat een service,” dachten we, en weg waren we!

Bij aankomst waren we inderdaad, op twee voertuigen na, de enige klant. Wat een verademing vergeleken met de ellenlange wachtrijen in België! Ik mocht dadelijk de garage binnenrijden. Het was spannend; het computerscherm flitste af en toe rood, maar uit de uiterst serieuze blik van de geüniformeerde ‘inspetor‘ konden we niets afleiden. Vanachter het stuur zag ik hem in de spiegels rond Joanne cirkelen. Af en toe zocht hij oogcontact voor korte bevelen: “Stukje vooruit… stop, stuur heen en weer draaien, remmen, lichten links, rechts… oké.”
Daarna nam hij het stuur over, reed de bus boven de put en verdween via een trap naar de diepte. Toen wenkte hij Erik om ook onder de bus te komen kijken met de legendarische woorden: “You better speak English than your wife…” Ik wist niet wat ik hoorde. Daar had je het patriarchaat weer; we hadden nog geen woord gewisseld, maar de inspecteur ging er blindelings vanuit dat een vrouw geen vreemde talen spreekt, laat staan verstand heeft van de onderkant van een bus. Dat ík degene was die de bus naar binnen had gereden, moet voor hem een volstrekt mysterie zijn geweest.
Toen de heren weer bovengronds kwamen, bleek er echter echt iets aan de hand: de stabilisatorstang rechtsachter was afgebroken. Aan de balie kregen we een rood blad met de onverbiddelijke tekst: ‘Resultado Reprovado‘ (Afgekeurd). De inspecteur stelde ons nog enigszins gerust: we mochten naar een garage rijden, maar we mochten dit document absoluut niet aan de politie laten zien. Pas na de herstelling zouden we een geldig certificaat krijgen.
Maar waar vonden we een garage? De inspecteur wist het niet, maar Copilot schudde zo vier adressen uit zijn mouw. Wat volgde was een rollercoaster: het eerste adres bestond niet, bij het tweede was er geen plek, en de derde garage had de komende vier weken geen tijd. Sterker nog: ze vonden het onverantwoord om zo nog verder te rijden. Op onze vraag of zíj dan een adres wisten, volgde slechts een hoofdschuddend “nee”. In de Algarve was er blijkbaar niemand die ons kon helpen…

Ten einde raad belden we de bijstandsverzekering. Twee uur later parkeerde een depannagedienst naast de bus. De chauffeur dook onder de bus en belde zijn baas. Slepen was niet nodig; we moesten hem volgen met de alarmlichten aan naar een werkplaats acht kilometer verderop. Daar aangekomen heerste complete chaos. “Kom om 15:00 uur maar terug,” was de boodschap. Tot 16:00 uur werden we compleet genegeerd. Het enige wat we te horen kregen, was dat het wel eens een week kon duren. Geen communicatie, enkel wachten.

Tot er plots een zwarte jongeman opdook. Zonder een woord te zeggen liet hij zich onder de bus glijden, demonteerde het kapotte stuk en verdween in het atelier. Amper een half uur later kwam hij tevoorschijn met het gelaste en geschilderde onderdeel! Hij dook terug onder de bus, we hoorden wat gehamer en gekletter, en daar was hij weer: twee duimen omhoog en een brede glimlach. Voor we het wisten, was hij alweer in de donkere werkplaats verdwenen. We stonden perplex. Het was opgelost! Diezelfde avond stonden we weer op onze vertrouwde plek in Portimão.
De volgende dag volgde de herkansing bij de keuring. We waren de enige klant en een half uur later hadden we het felbegeerde document op zak. We konden onze weg vervolgen, eindelijk in de juiste richting met de oceaan aan onze rechterkant.
De laatste stap: het document mailen naar de FOD Mobiliteit. Maar wat bleek? Het mailadres dat Copilot eerder gaf, klopte niet. Toen we de vraag opnieuw stelden, kregen we een verrassend antwoord: nergens heen sturen. België heeft helemaal geen mailadres voor dit soort zaken en registreert buitenlandse keuringen simpelweg niet. De hele Portugese keuring was administratief gezien dus volkomen overbodig. Of toch niet helemaal? Het bracht wel een technisch defect aan het licht dat anders voor grote problemen had kunnen zorgen. Joanne bevindt zich nu in een administratieve grijze zone, maar dat zijn zorgen voor morgen. We kunnen weer rijden!

Onderweg naar Faro verandert het landschap. De ongerepte natuur en verlaten stranden maken plaats voor een wildgroei aan appartementen, resorts en golfbanen. Portugese opschriften maken plaats voor Engels. Campers zijn hier zelden welkom; overal staan verbodsborden. Het luxetoerisme heeft het gewonnen van de natuur, al is dat niet overal een succes; veel prestigieuze projecten liggen er half afgewerkt en verlaten bij.

We parkeren op een gigantisch, verlaten terrein vlak bij het vliegveld. Ook hier is het verboden voor campers, maar gelukkig zien wij eruit als een bus! Terwijl de Boeings en Airbussen laag overvliegen, installeer ik de Flightradar-app. De meeste vluchten komen uit Engeland en Ierland, wat de “verengelsing” van de streek verklaart. Maar af en toe komt er ook een vlucht uit Brussel. Gelukkig maar, want die brengt straks mijn nieuwe copilote mee!

Geef een reactie