Voor de derde keer op rij kreeg ik -bij het opdraaien van een camperplek- dat gevreesde bord te zien: COMPLETO. Het toeristische hoogseizoen draaide duidelijk op volle toeren en mijn humeur ook bijna. Met een diepe zucht besloot ik uit te wijken naar de gemeentelijke parking van El Palmar, zo’n dertig kilometer vóór Valencia.
Wat een noodgreep leek, bleek een schot in de roos. Ik stond pal in het hart van de Albufera, vlak naast een sfeervolle aanlegsteiger. Diezelfde avond gleed ik in een traditioneel bootje over Spanjes grootste lagune. Als kers op de taart kwam er nog een fenomenale zonsondergang!

De volgende dag bleek de Spaanse hittegolf pas écht serieuze plannen te hebben. De thermometer kroop genadeloos voorbij de 40 graden in de schaduw.
Tijdens een fietstocht door de eindeloze rijstvelden -waar de basis voor de authentieke Valenciaanse paella wordt geoogst- was ik de enige sterveling onder de schroeiende zon. Zelfs de vogels leken te schuilen. Dit hield ik niet vol.
Gelukkig bood Valencia de redding.
Drie dagen na elkaar werd de gekoelde bus Linéa 24 mijn persoonlijke, rijdende koelkast richting het centrum. Een ritje van veertig minuten doorheen een prachtig rijstvelden landschap. Dit was puur geluk.
Dag één werd een tactische misrekening: de oude binnenstad, waar de schroeiende hitte werkelijk van alle kanten terugkaatste. De smalle straatjes van de statige herenhuizen brachten geen koelte, de fonteinen op de pleinen leken wel te koken. De terrassen bleven angstaanjagend leeg, iedereen was gevlucht naar gekoelde bars, winkels of musea.
Op dag twee pakte ik het slimmer aan…
Ik stapte uit bij de ‘Ciutat de les Arts i les Ciències‘ en viel van de ene verbazing in de andere. Onder de brandende zon dook een verbluffend, bijna buitenaards landschap op van witte sculpturen, klaterend water en spiegelend licht. Een neo-futuristische stad gewijd aan wetenschap, kunst en oceaanleven.

Dit indrukwekkende complex was ooit een rivierbedding. Nadat de Turia-rivier in 1957 de stad verwoestend overstroomde, werd de stroom omgeleid. De droge bedding veranderde in parken en sportvelden, en tussen 1994 en 2009 verrezen hier zeven futuristische bouwwerken, ontworpen door de Spaanse ster-architecten Santiago Calatrava en Félix Candela.
Mijn eerste bezoek werd het Oceanogràfic. Het gebouw is ontworpen als een onderwaterstad. Je loopt er door een glazen tunnel die eigenlijk een omgekeerde brug is. Het geeft je het onwerkelijke gevoel over de zeebodem te wandelen, omringd door haaien, maanvissen, octopussen, beluga’s en reusachtige zeeschildpadden.
Projecties lieten zien dat dit complex veel meer is dan een attractie, het is een operationeel hospitaal. Zeeschildpadden worden hier binnengebracht met plastic in hun maag of verstrikt in vislijnen. Na een intensieve revalidatie worden ze later weer vrijgelaten in de Middellandse Zee. Een fantastisch werk lijkt het wel, elk dier heeft zijn eigen dieet, krijgt de exacte lichtkleur en watertemperatuur.
Vooral de kwallen bleken extreem delicaat.
Ze bewogen zo hypnotiserend dat ik er wel een filmpje over moest maken…
Als afsluiter was er de dolfijnenshow.
Ik hield mijn hart vast en verwachtte een ouderwets circusachtig iets. Niets was minder waar. De dolfijnen volgden een medisch trainingsprogramma, geen goedkope kunstjes, maar een indrukwekkende demonstratie van zorg, wederzijds respect en wetenschap.
Voor ik het wist was de dag voorbij en zou het Wetenschapsmuseum moeten wachten tot morgen…

Dag drie
Het museumgebouw is ontworpen als het skelet van een dinosaurus. Eenmaal binnen loop je letterlijk tussen de prehistorische ‘beenderen’.
Het was er heerlijk koel waardoor het wel leek op een bedevaartsoord voor de oververhitte toerist.
Bij het binnenkomen viel mijn oog meteen op een rij high-tech ruimtevaardersstoelen. Voor 7€ kon je instappen voor een virtueel avontuur. Er waren zeven programma’s. De omschrijvingen waren nogal vaag, maar in de volle overtuiging dat dit gerespecteerde, educatieve wetenschap betrof, koos ik blind voor het laatste programma nummer 7.
Ik nam plaats, de gordel werd strak aangetrokken en ik kreeg een zware 3D-bril en koptelefoon op. De simulatie startte…
Ik zat in een futuristisch voertuig dat langzaam begon te rollen. Een enorme poort schoof open en… een gapende afgrond naar een diepe stad openbaarde zich.
Nog voor ik logisch kon nadenken, sneed een oorverdovend gegil door mijn koptelefoon. Dit kon niet waar zijn, ik zat in een virtuele mega-achtbaan. Dit was nu wel het allerlaatste waar ik op zat te wachten, aangezien ik -mijn hele leven al- een gloeiende hekel heb aan pretpark attracties. Telkens wanneer het virtuele geschreeuw aanzwol, kneep ik mijn ogen keihard dicht tot het gegil wat afnam en ik voorzichtig poolshoogte kon nemen, over hoe diep ik nog moest vallen.
Toen de vriendelijke hostes na de rit mijn bril afnam, vroeg ze glimlachend hoe het was. Ik probeerde mijn ontgoocheling enigszins te verbergen. Waarop ze doodleuk toevoegde dat dit het enige programma was speciaal ontworpen voor kinderen!
Gelukkig was de rest van het museum wél van een wat volwassen niveau. Prachtige didactische opstellingen over de ruimte, natuurwetenschappen en talloze interactieve experimenten waardoor de tijd voorbij vloog.
Het was alweer flink na zonsondergang toen koelkast Línea 24 mij terugbracht naar El Palmar. Terwijl ik die avond onder mijn eigen, zaligmakende busdouche stond, dacht ik glimlachend terug aan de ervaring op stoel 7. De Ciutat de les Arts i les Ciències heeft in ieder geval een onuitwisbare indruk achtergelaten.
Morgen start ik de motor weer. Richting luchthaven, waar mijn nieuwe copiloot Kattoo zaterdag landt. Op naar het volgende avontuur!

Geef een reactie