Dit jaar begon voor mij niet op 1 januari, maar op het moment dat ik op 6 april de motor van mijn bus startte en mijn oude leven achter mij liet. Sindsdien heb ik een deel van Europa afgereisd langs kusten die me telkens opnieuw deden stilstaan bij wat er voorafging: 25 jaar bouwen, vechten, hopen, overleven en uiteindelijk beetje bij beetje loslaten…

Wie me kent, weet dat ik nooit gedreven ben geweest door geld. Ik ben ondernemer uit passie, niet uit winstdrang. Misschien was ik net daarom de minst geschikte persoon om een zaak uit te baten. Mijn lofthotel La Manufacture -dat ontstond uit een oude zijdespinnerij die ik ombouwde met mijn eigen visie, mijn eigen handen en mijn eigen koppigheid- was nooit bedoeld om door mijzelf uitgebaat te worden. Maar het lot besliste anders…
Wat als een creatief avontuur begon, werd na tien jaar een overleef-modus. Niet door gebrek aan werk of ideeën, maar door tegenwerking: administraties die eerder hindernissen plaatsten dan oplossingen boden, dorpsbewoners die liever jaloers waren dan trots, instanties die deden wat instanties doen, blokkeren in plaats van begeleiden. Nooit werd het een faillissement, maar vaak leek het er vlakbij. Ik hield vol, misschien te lang, misschien precies lang genoeg. In de loop der jaren doken verschillende kandidaat kopers op maar dat liep nooit zoals gehoopt. Respect voor wat ik had opgebouwd, was er nauwelijks. Enkel cijfers, marges, en onderhandelingen tot diep onder de bodem van wat menselijk is. Ze wilden het onderste uit de kan halen en daarmee verdween ook het laatste beetje illusie dat ik nog had over “fatsoen in de zakenwereld”. Toch kwam er uiteindelijk -na 2O jaar- een moment waarop ik mijn handtekening zette onder de verkoop. Een handtekening die niet zomaar een deal sloot, maar een deur opende naar mijn droom op wielen… Vanaf het moment dat ik vertrok, werd de bus mijn thuis, mijn metgezel, mijn cocon.
Elke kilometer langs de Europese kusten voelde als een herademing, alsof ik laag na laag ballast van me afschudde. Ik was onderweg, letterlijk én figuurlijk. Geen deadlines meer, geen controleorganen die me op de hielen zaten, geen dorpspolitiek of overlevingsmodus alleen de weg, de horizon en mijn eigen ritme.
Toen ik vertrok, dacht ik dat ik dit avontuur enkel met bekenden zou beleven. Maar één over-enthousiaste journalist gooide roet in dat plan of beter: opende deuren waarvan ik niet wist dat ze bestonden. Zijn krantenartikel zette onverwacht een stroom van onbekende co-piloten in beweging. Om toch de juiste personen aan boord te halen werd inderhaast een contactformulier opgesteld, nadien volgde een Google Meet en tenslotte werd een data op de planning gepind.
Mensen die ik nooit eerder had gezien stapten op, soms voor een week, soms langer. Ze brachten nieuwe gesprekken, onverwachte inzichten, eigen verhalen en vreemde gewoontes. Ik leerde van iedereen iets. En misschien nog het meest van het feit dat ik het -in het begin- helemaal níet van plan was.
Het opmerkelijke aan dit jaar is hoe ongepland alles verliep. Ik had geen route, geen strakke planning, en toch… elke dag viel weer precies zoals hij moest vallen. Geen enkele ochtend waarin ik geen zin had om op te staan, geen enkele avond waarin ik niet dankbaar in slaap viel. De dagen waren te kort, altijd.
Natuurlijk hielpen technologie en navigatie me op weg. Zonder vertaal-apps, Garmin, Google of Internet was dit avontuur -twintig jaar geleden- onmogelijk geweest. Het klinkt onromantisch, maar het is de waarheid: technologie was steeds mijn stille copiloot.
En wanneer ik dan alleen reed langs de eindeloze kusten -waar geen haast bestond- keek ik vanop afstand naar mijn kinderen en kleinkinderen en voelde hierbij hoe de prestatiedruk, de stress, de ratrace waarin ze lijken mee te moeten draaien hun leven bepaalt. Het doet pijn om te zien hoe weinig ruimte er nog is voor trager leven. Maar de molen draait, en wie erin zit, wordt meegetrokken. Dan denk ik: waarom mocht ik wel ontsnappen?
Niet door geld, niet door geluk -al denken sommigen dat graag- maar door mijn eigenzinnigheid, mijn doorzettingsvermogen en dat typische stukje karakter dat mij al mijn hele leven voortstuwt. Of zoals mijn vader het zei toen ik tiener was: “Jij bent een faire et réfléchir après.” Doen, en dan pas nadenken. Hij had gelijk en ik ben geen haar veranderd…
Of misschien net één haar: met ouder worden ben ik toch iets voorzichtiger geworden. Maar nog altijd blijf ik springen en zwemmen tot het einde. Opgeven is nooit een optie geweest en angst… dat ken ik niet.
Misschien is dat precies waarom dit jaar zoveel met me heeft gedaan: ik ontdekte opnieuw dat ik in wezen niets voor mezelf doe. Ik kan pas echt genieten als iemand anders naast mij meegeniet, zichtbaar of onzichtbaar. Alles wat ik onderneem -hoe impulsief ook- is altijd een beetje voor de ander. Voor diegene die meereist, meevoelt, meeluistert, of simpelweg meekijkt. Ik heb het nooit alleen gekund, en misschien wil ik dat ook niet. Misschien is dat mijn drijvende kracht: het plezier delen, het avontuur delen, zelfs de stilte delen.

Onverwacht kwam deze ochtend een lied binnen dat ik nog graag wil delen omdat het de essentie van mijn voorbije maanden precies verwoordt en raakt waar woorden tekort schieten…

Laat een antwoord achter aan omarita Reactie annuleren